U bent hier: Home › Vereniging › Spel-club en gedragsregels

Spel-club en gedragsregels

Inleiding
Zonder papier zou onze maatschappij niet kunnen bestaan. We worden veelal bedolven onder allerlei voorschriften en regeltjes. Als er een examen of test aan vastzit nemen we nog wel de moeite ons er in te verdiepen; is dat niet het geval, dan geloven we het wel en storten we ons maar in het avontuur. Je koopt een racket, schoenen en misschien nog ballen, als je ze niet van anderen “leent”. En als er geen wachtlijst is bij de tennisclub, kun je zo de baan op en dan maar zien wat het wordt. Toch hebben de Tennisbond en club zich de moeite getroost een aantal zaken op papier te zetten, die voor een goed verloop van het spel noodzakelijk zijn. Een zachte hint voor zowel beginners als gevorderden: neem ze op z’n minst eens door, die spel- en clubregels. Heel veel misverstanden, zowel op de baan als op het park, kunnen dan worden voorkomen en het zal de sfeer in je club ten goede komen.
Tennis is, zoals nog enkele andere sporten, eigenlijk een individuele sport in vergelijking met de zogeheten teamsporten. Je staat met twee of maximaal vier spelers op de baan en dat houdt in dat er op het park veelal meer ‘wachtenden ’zijn dan spelers. Maar het komt wel eens voor dat je moet wachten. Niemand kan je beletten een enkelspel te spelen of te ’amerikanen’ en veel leden durven niet te vragen of ze mogen meespelen. Vooral nieuwe leden, die nog bijna niemand kennen, voelen zich vaak als een kat in een vreemd pakhuis en daarvoor vormen we geen vereniging.Vraag ook eens iemand die je niet zo goed kent, of misschien wel helemaal niet, om mee te spelen.Het voordeel is dan niet alleen dat men niet zo lang hoeft te wachten, het bevordert ook nog de goede sfeer in de club en je leert elkaar beter kennen. Je zult ervaren dat het nog leuk is ook.Vraag anderen ook eens om mee te spelen!

Paul Haarhuis

Mijn naam is ...
’Goeie bal, Henk!’
Op dat moment kijkt de jongen die op de baan naast je speelt, verbaasd in jouw richting, want hij sloeg helemaal niet. Je mompelt ’sorry’ en denkt bij jezelf ’Kom hoe heet die vent met wie ik sta te spelen ook al weer!’ Niets is zo vervelend als te mogen of moeten spelen met iemand die je nauwelijks bij naam kent of die je een andere naam geeft omdat er maar wat tegen je gemompeld is of omdat je de naam niet hebt onthouden. Stel je daarom bij het betreden van de baan altijd voor en onthoud de namen van medespelers. Als je altijd met bekenden speelt, hoef dat natuurlijk niet, maar met toernooien of competitiewedstrijden is dat wel zo beleefd.

Sportiviteit!
Helaas komt het maar al te dikwijls voor, bij competitie of toernooien, dat er grote onenigheid is op de baan over het al of niet in zijn van de bal. Er zijn mensen die zó vastbesloten zijn om te winnen, dat ze veelal de sportiviteit uit het oog verliezen. Ze hebben overal wat op aan te merken en halen daardoor de tegenspeler(s) uit de concentratie of maken het spelen in sommige gevallen welhaast onmogelijk. Bijvoorbeeld: ‘‘jij maakt regelmatig voetfout, wil je daar de volgende keer wel op letten?’’ Of, “ ik had hinder van die bal die daar ligt” (als ze b.v. de opslag verliezen), maar ook het terugslaan van een service die uit was of bij een bal die heel duidelijk uit is nog even heel demonstratief ‘uit’ roepen of heel hard ‘tweede’ roepen. We kennen ze wel dat soort spelers en als we ze niet kennen, dan worden we er wel op gewezen door mensen die ze wel kennen. En wat heb je nu te verliezen op de tennisbaan? Als je het voor je beroep doet, zoals Paul Haarhuis, dan is onsportief gedrag misschien nog wel te verklaren. Maar voor al die andere miljoenen tennissers is het eigenlijk een vorm van tijdverdrijf, ontspanning. En moet je je dan onsportief gedragen tijdens een tennispartijtje met je vrienden of vriendinnen? Je zet hooguit jezelf voor schut en anderen willen daardoor op den duur misschien wel niet meer met je tennissen. En natuurlijk twijfel je wel eens bij het in- of uitgeven van een bal. Zeker als je (net als bij de Mast) op kunstgras speelt, is het soms heel moeilijk om goed te kunnen beoordelen of een bal in of uit is en neem je in het heetst van de strijd misschien wel eens een verkeerde beslissing. De ene keer valt dat misschien in je voordeel uit en de andere keer in je nadeel, maar daarom hoef je nog niet onsportief gedrag te vertonen. Daar zijn hele goede andere oplossingen voor, zoals de bal opnieuw (een let) spelen of in geval je een officiële wedstrijd speelt en het bekend is dat de tegenstander altijd moeilijk doet, vraag dan om een scheidsrechter.

Voetfout
Er zijn diverse dingen die je onwillekeurig fout doet, omdat er nauwelijks op gelet wordt, totdat een scheidsrechter of een tegenspeler er een opmerking over maakt. Wees dan niet geïrriteerd want het is een gewoonte die je jezelf hebt aangewend. Een van die gewoonten is het maken van een voetfout tijdens de opslag. Op het moment van slaan van de bal mag de voet nu eenmaal niet op of over de lijn staan. Soms is dat heel moeilijk te zien en zal een scheidsrechter of je tegenspeler zich daaraan niet ergeren en ook geen opmerking over maken. Maar veelal staat die voet duidelijk over de lijn, al dan niet uit opzet of nonchalance. Wees dan niet verbaasd als je tegenspeler of een scheidsrechter daar dan wel een opmerking over maakt. Dit kan je zelfs het punt kosten. Bovendien kan het ook aanleiding tot irritatie geven. Let maar eens op voetfout en kijk ook maar eens naar andere spelers als je naast de baan staat te kijken naar een wedstrijd, b.v. tijdens de competitie.
Je zult zien, het komt vaker voor dan je denkt! 

De service
Voor de service moet men zich, wellicht nog meer dan anders, uiterst concentreren. Het zal bij de gemiddelde tennisser vrijwel nooit voorkomen dat men over ballenjongens of - meisjes kan beschikken, zoals we dat bij de grote wedstrijden hebben. Niets is zo storend dan als serveerder om ballen te moeten vragen , omdat de tegen- of medespelers niet attent genoeg zijn om te zorgen dat men steeds over tenminste twee ballen beschikt. Als er bijvoorbeeld een netservice wordt geslagen en de serveerder beschikt niet over een derde bal, kan dat hem of haar danig uit de concentratie halen. En als de bal dan nog zo aangegeven wordt dat men naar de andere kant van de baan moet lopen om die bal op te rapen, dan gaat dat langzamerhand onsportief lijken. Bovendien wordt het spel dan onnodig lang onderbroken. Laten we het dus een beetje prettig houden en gooi of sla de bal normaal naar de serveerder, het kost nauwelijks moeite. Wat heb je er trouwens aan om eerst die bal de hoek in te jagen, als iemand een bal nodig heeft. Als het jezelf overkomt dan denk je toch ook ‘nou leuk hoor, moet dat nou zo?’ Zorg er dus voor dat de serveerder snel ballen heeft!

Is de tegenspeler klaar?
Wat bij het serveren ook veel voorkomt is dat de serveerder er onvoldoende op let of de ’overkant’ klaar is om de service te ontvangen. Als iemand net een bal opraapt of het zweet van zijn gezicht wist of om wat voor een reden dan ook nog niet klaar is, geef hem dan even de gelegenheid zich opnieuw op te stellen voor het ontvangen van de service. Officieel heb je tenslotte maximaal 30 seconden de tijd. Het is een goede hand dat niet uit de hand te laten lopen, want het kan ook een manier zijn om de serveerder uit de concentratie te halen. Dat voelen we echter gauw genoeg aan en dan is er altijd wel een gelegenheid dat even uit te praten.
In het algemeen kunnen we toch wel stellen: serveer niet voordat de tegenstander geheel klaar is!

De toeschouwers spelen niet mee!
Die bal was toch dik uit!!!’ De speler die op deze manier de toeschouwers in het spel betrekt zit goed fout. De toeschouwer is geen scheidsrechter en hij staat er alleen om naar een wedstrijd te kijken en zonodig zijn clubgenoot aan te moedigen, maar daar dient het dan ook bij te blijven! Hoe dikwijls is het niet voorgekomen dat de uitspraak van de scheidsrechter werd genegeerd en de mening van het publiek werd gevraagd! Zoiets kan natuurlijk niet, ook niet als er geen scheidsrechter op de stoel zit. Probeer de geschillen met een medespeler op een sportieve manier op te lossen, dat geeft veel meer voldoening.
Ga niet in discussie met de toeschouwers.

De beste stuurlui …
De meeste toeschouwers bij een wedstrijd tennissen zelf of denken dat ze zelf kunnen tennissen. Het gevolg is dikwijls dat ongevraagd commentaar wordt geleverd of aanwijzingen worden gegeven.
‘Hoe kun je nou zo stom doen!’
‘Blijf op haar backhand slaan!’
Dergelijke kreten helpen de speler nu niet bepaald bij de goede concentratie op zijn spel en toch kunnen een hoop mensen het niet laten. ‘De beste stuurlui staan aan wal’ is nu eenmaal een bekend Nederlands spreekwoord. Wees er van overtuigd dat dergelijke opmerkingen meestal een averechtse uitwerking hebben.
Onthoud je als toeschouwer van commentaar.

’n complimentje!
Verliezen is nooit leuk, maar er moet er altijd één verliezen! Er zijn mensen die nauwelijks een glimlach op kunnen brengen als ze na een verloren wedstrijd de baan verlaten. Het liefst zouden ze hun racket in stukken slaan uit boosheid, vanwege de stomme fouten die ze deze keer weer gemaakt hebben. Maar ja, zo gaat het nu eenmaal en het is wel zo sportief, zonder overdreven te doen, de tegenstanders ook eens te vertellen dat ze goed hebben gespeeld en dat je er weer wat van hebt geleerd. Bovendien wordt het dan wat gemakkelijker om het verlies te kunnen verwerken, want eer je de baan af bent, heb je alweer een andere kijk op de gespeelde wedstrijd en ga je samen een drankje drinken.
Maak de winnaar eens een compliment, dat maakt het verlies gemakkelijker.

Verdwaalde ballen
Alleen bij grote en belangrijke wedstrijden maakt men gebruik van ballenjongens (of ballenmeisjes), al dan niet met schepnetjes…. Wij moeten het zelf doen en dat heeft tot gevolg dat we wel eens nonchalant zijn met betrekking tot het uit het veld verwijderen van de ballen. Het zal zo’n vaart wel niet lopen! Vooral bij het serveren laten we de in het net geslagen bal in het veld liggen of geven we onze dubbelpartner niet of nauwelijks de tijd die bal te verwijderen. Soms is het zelfs zo dat we het onze tegenstander kwalijk nemen als hij een bal uit het veld haalt, en hem verwijten dat hij het spel ophoudt: de gevolgen kunnen fataal zijn. Menigeen heeft al een kwalijke schuiver over een niet verwijderde bal gemaakt. Voorkomen is beter dan genezen.
Let op verdwaalde ballen op de baan!

Kom op tijd!
Waar blijft ’ie nou?’
‘O, zij is altijd te laat’
Hoe dikwijls horen we dat soort uitspraken niet als iemand op het park zit te wachten op een tegen- of medespeler die niet komt opdagen. De tijd verloopt, je kunt veelal maar een half uurtje spelen voordat je weer opnieuw kunt inhangen of je moet een half uur wachten voordat je een baan hebt, omdat je op de afgesproken tijd niet compleet was. Het is natuurlijk nog erger wanneer je hebt ingeschreven voor een toernooi. In dat geval heeft de toernooi-commissie zich de moeite getroost je te laten weten hoe laat je op het park wordt verwacht. Niet op tijd komen betekent dan niet alleen dat je dan je partijgenoten laat wachten, maar ook dat het wedstrijdschema in de war wordt gebracht en dat de volgende partijen naar een later tijdstip moeten worden verschoven. Zo ontstaat er tijdnood en irritatie. Allemaal vervelende zaken die kunnen worden voorkomen als we ons goed voorbereiden op te spelen wedstrijden (en afspraken!) en net even vroeger van huis gaan dan we van plan waren. Afgezien van het feit dat gehaast aankomen en gelijk moeten spelen bepaald niet bevorderlijk is voor een rustig verloop van je spel!
Zorg er dus voor ruim op tijd aanwezig te zijn.

De kleding!
Televisie-uitzendingen hebben veel invloed op mensen. Topsporters zijn vaak een voorbeeld of een idool voor kinderen. Dat geldt ook voor de kleding die ze dragen. Bijna alles wat ze dragen is cool. Hoeveel mensen lopen niet met hoofdbandjes en allerlei opvallende uitmonsteringen omdat ze dat bij tennisreportages op de televisie hebben gezien. Uiteraard is ook tenniskleding aan mode onderhevig en verandert de outfit ook door de jaren heen, maar er zijn grenzen. Neem nou bijvoorbeeld de gezusters Williams. Als je ziet wat die soms voor een tennisoutfit dragen, dan ligt dat toch wel tegen de grens aan. Het is ook opvallend dat het niet alleen beperkt blijft tot tenniskleding. Zo zie je ook mensen in volledige voetbal outfit op de tennisbaan staan. Ze hebben dan gelukkig wel hun tennisschoenen aan, maar verder kun je aan niets zien dat ze gaan tennissen. Zouden die mensen dan ook in tenniskleding gaan voetballen? Je bent natuurlijk vrij om aan te trekken wat je wil en er zijn ook prachtige voetbalshirts, maar op een tennisbaan behoor je gepaste “tennis”kleding te dragen. Dat zijn nu eenmaal de etiketten ofwel gedragsregels binnen de tennissport. Nu tilt de ene club daar wat zwaarder aan dan de andere en misschien is het wel een oud gebruik, maar het hoort een beetje bij de tennissport en dat moet je dan maar respecteren. Wanneer je gaat oefenen of vrij staat te tennissen is het nog niet zo’n probleem. In officiële wedstrijden, bijvoorbeeld tijdens de competitie en toernooitjes, dan wordt er van je verwacht dat je gepaste “tennis”kleding draagt. Zo zitten er in een voetbalbroekje geen zakken, zodat je de tennisballen vast moet houden. Wat ook nogal eens gebeurt, is dat spelers een of twee ballen net iets achter de baseline neerleggen voor een eventuele 2e service. En soms gooien ze direct na de 1e service de tweede bal achter zich weg als de 1e service in was. Naast het feit dat je niet weet waar je je tennisballen moet laten, kan dat dus tot gevaarlijke situaties leiden. Je zult niet de eerste zijn die op een bal gaat staan die terug het veld in komt rollen en daarbij letsel oploopt. Met een tennisbroekje aan kun je dat gevaar dus voorkomen.
Zorg er dus voor dat je gepaste kleding draagt als je gaat tennissen!

Gedrag
Soms doe je iets waarvan je later denkt: was dat nu wel zo aardig van me? Eigenlijk heb je dan misschien niet iets duidelijk fout gedaan, maar toch heb je het gevoel dat je de ander geïrriteerd hebt. Dat gevoel heb je soms bij het tennisspel ook. Bijvoorbeeld bij het serveren. De opslag is erg belangrijk. Zowel serveerder als ontvanger concentreren zich. De eerste service gaat net uit en je slaat die bal keihard terug met de uitroep ‘FOUT ’. Je haalt daarmee de serveerder uit zijn concentratie, hij moet veelal even kijken waar de teruggeslagen bal heen rolt. Al met al kun je zoiets beter niet doen. Je zou het zelf waarschijnlijk ook niet prettig vinden. Als zoiets een enkele keer voorkomt dan kan dat een reactie zijn, maar maak er geen gewoonte van!
Sla een fout geslagen servicebal niet terug met de uitroep ‘fout’ of ‘uit’.

Praat niet te veel
Tennis is een sport waarbij uiterste concentratie wordt gevraagd. We weten van onszelf hoe moeilijk het is je een hele wedstrijd te concentreren; er zijn altijd zaken die je onwillekeurig toch bezig houden. Er is maar weinig voor nodig om een speler uit de concentratie te halen. Niets is dan zo hinderlijk als mensen die het nodig vinden hun spel te begeleiden met een hoop geroep en gevloek. Je kunt wel eens op jezelf mopperen, omdat het spel niet gaat zoals je dat zou wensen, maar het is niet nodig dat je dat drie banen verder kunt horen en probeer zeker niet je tegenspeler ervan te overtuigen dat je net je slechte dag hebt of dat het aan je materiaal ligt. Meestal is dat niet het geval en is de tegenstander gewoon beter of ben je aan elkaar gewaagd en heb je evenveel kans om te winnen of te verliezen. Ook al verlies je dan, dan heb je toch fijn getennist. Misschien win je de volgende keer dan wel. Denk er dus om: Praat of roep niet voortdurend tijdens het spel!

Klopje op de schouder
Onbegrijpelijk hoe verbeten sommige mensen soms op de baan staan. Het lijkt wel of het vijanden zijn die tegenover elkaar staan, in plaats van sportlieden. Zeg eens een vriendelijk woord tegen je tegenstander al is het maar bij het wisselen van speelveld. We hebben allemaal wel eens een klopje op de schouder nodig of een riem onder het van inspanning fel kloppende hart! Het komt de hele sportieve sfeer, ook bij wedstrijden, zeker ten goede en je zult merken dat het je zelf ook beter gaat. Natuurlijk moet dat niet overdreven worden, want dan is de uitwerking averechts en maak je jezelf belachelijk.
Maak de tegenstander eens een complimentje

Tellen, niet vergeten
Hoe dikwijls hoor je op de baan niet vragen: 'hoeveel is het nou?' 'Nadeel?' 'Oh, ik dacht dat het gelijk stond!' En dan ontstaat de discussie, al dan niet lang en hevig. Overigens die term 'nadeel' is onjuist; in de officiële telling komt dat woord niet voor. Het is 'voordeel ontvanger'of 'voordeel voor de serveerder', 'voordeel voor jou' of 'voordeel voor mij' of hoe je het verder ook wilt zeggen. Al met al blijft het een feit dat het bijhouden van de stand door alle spelers van belang is voor het goede verloop van het spel en mede dient ter voorkoming van onprettige misverstanden. Mochten er desondanks toch steeds moeilijkheden ontstaan over de telling (tie-break is voor velen ook zo'n moeilijke knoop!), vraag er dan een scheidsrechter bij. Er is altijd wel een clublid die dat graag voor je doet en het zal de rust in het spel terugbrengen en de sfeer ten goede komen.
Houd de stand bij.

Er is altijd een verliezer
Juist omdat tennis een individuele sport is, komt het verliezen bij velen harder aan dan bij een teamsport. Natuurlijk hoopt iedereen zijn of haar partij te winnen, maar er moet altijd een verliezer zijn en het is heus geen schande om te verliezen. Er zijn spelers die bij voorkeur tegen zwakkere spelen, niet alleen omdat ze graag willen winnen, maar juist omdat ze bang zijn om te verliezen. Het is juist goed om tegen een sterkere speler te spelen; je leert er van en juist door ervaring en goed opletten zul je beter gaan spelen. Bovendien zal de angst om te verliezen je spel ook beïnvloeden en je spelpeil omlaag halen. Stel je dus zo onbevangen mogelijk op en …. Wees niet bang om te verliezen!



 

Bewaren BewarenBewaren
Bewaren
Bewaren
Bewaren
Bewaren

Ogenblik a.u.b. ...